De angsten van de groepstherapeut

Gevoelens van onzekerheid en angst zijn intrinsiek verbonden met het geven van psychotherapie. Immers, het is onzeker hoe het psychotherapieproces zich zal ontwikke-len en wat de patiënten over zichzelf en de ander zullen ontdekken. Ook als therapeut weet je vooraf niet wat je zal gaan ervaren, voelen en over jezelf aan de oppervlakte zal brengen. Naast nieuwsgierigheid bestaat de angst voor het onbekende. De angsten van een therapeut kunnen in een groep sterker zijn dan in een individueel contact, omdat de groepstherapeut zich door meer mensen bekeken en beoordeeld kan voelen. De groepstherapeut kan angst hebben voor moeilijke patiënten, voor ingewikkelde situaties, voor de groep als geheel. Deze angsten kunnen zowel bewust zijn en in tegenoverdrachtsreacties worden ervaren alsook onbewust zijn en afgeweerd. Wan-neer de therapeut zich niet bewust is van zijn emotionele reacties of niet in staat is om zijn interne angsten en conflicten te reguleren, kan dit leiden tot blokkades in de behandeling en tot breuken in de relatie. De angst van de therapeut kan het herstellen van relatiebreuken belemmeren. De Haas (2020) beschrijft hoe een angstige therapeut bij conflicten eerder zal kiezen voor een In de literatuur over psychotherapie wordt vooral geschreven over de angsten van patiënten en veel minder over de angsten van de therapeut, die in een groep nog sterker kunnen zijn. Het is echter belangrijk je als therapeut bewust te zijn van angstgevoelens en de afweer ervan, omdat angst naast andere gevoelens, zoals schaamte en schuld, een effectieve behandeling in de weg kan staan. Frans van Paassen diept het onderwerp uit. Daarbij tekent hij ook ervaringen van collega's op.


Klik hier om verder te lezen.


Het signaleren en herstellen van relatiebreuken in de groep

Relatiebreuken, impasses, stagnaties en conflicten zijn onvermijdelijk in therapie. Een groeiend aantal onderzoeken suggereert dat het herstellen van breuken in de relatie gerelateerd is aan een positief resultaat van de behandeling (Flückiger e.a.,2018; Safran e.a., 2011). Breuken worden geassocieerd met de activering van disfunctionele interpersoonlijke patronen en het herstellen ervan biedt de mogelijkheid tot adaptieve verandering. Onopgeloste breuken zijn geassocieerd met verslechtering van de alliantie en kunnen leiden tot een slecht resultaat of drop-out (Henry e.a., 1986;Safran e.a., 2005). De groepsbehandeling biedt veel mogelijkheden tot relatiebreuken en daarmee ook kansen om deze te repareren, wat kan leiden tot correctieve emotionele, interactionele ervaringen. Het proces van reparatie van de breuk leidt tot herstel van vertrouwen in elkaar en versterkt de cohesie. Het vergroot ook het vermogen om met toekomstige alliantiebreuken om te gaan. Omdat alliantiebreuken bovendien transtheoretische fenomenen zijn, is hun effectieve behandeling relevant en belangrijk voor clinici van alle oriëntaties (Safran, 1993).


Klik hier om verder te lezen.


Over schuld en schuldgevoel: een psychodynamisch perspectief

Schuld en schuldgevoelens spelen een belangrijke rol in de menselijke ontwikkeling en het gedrag en ook in de ontwikkeling van psychopathologie. In ons dagelijks leven en in de therapeutische praktijk worden we regelmatig geconfronteerd met deze krachtige gevoelens en hoe ze een causale rol kunnen spelen in het produceren van een verscheidenheid aan symptomen, remmingen en onaangepaste karaktertrekken. Dit artikel is een onderzoek naar het begrip schuld en resulteert in enkele therapeutische aanbevelingen. Eerst worden verschillende aspecten van de begrippen schuld en schaamte in het algemeen besproken. Vervolgens wordt gekeken naar het onderscheid tussen echte schuld en irrationele schuld, hoe irrationele schuldgevoelens kunnen ontstaan en welke effecten zij kunnen hebben op het gedrag. Volgens de indeling van Hirsch worden schuldgevoelens onderscheiden in vier groepen: basisschuldgevoel, schuldgevoel uit vitaliteit, separatieschuldgevoel en traumagerelateerd schuldgevoel. Deze schuldgevoelens en de hiermee samenhangende psychopathologie worden besproken en geillustreerd aan de hand van casuïstiek. Besloten wordt met de rol van schuldgevoelens in het therapeutisch proces en de mogelijkheden van de therapeut om hiermee om te gaan.

Klik hier om verder te lezen.


Afgunst en jaloezie in psychotherapie

Afgunst en jaloezie zijn krachtige en pijnlijke gevoelens die tussen mensen kunnen spelen. Het zijn relationele en zelfbewuste emoties, waarbij bedreiging van het zelfbeeld en zelfgevoel een belangrijke rol speelt. In het dagelijks taalgebruik worden de begrippen vaak als synoniem gebruikt, maar er zijn duidelijke redenen om ze conceptueel van elkaar te onderscheiden. Beide gevoelens kunnen gezien worden langs een spectrum van normaal tot pathologisch. Afgunst en jaloezie blijven in psychotherapie vaak verborgen, doordat ze met schaamte en schuldgevoel beladen zijn. Dit geldt niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de therapeut. Bewustwording van deze gevoelens is belangrijk, om ze te kunnen onderzoeken en te leren ermee om te gaan. Dit artikel begint met een definiëring van de begrippen afgunst en jaloezie. Daarna wordt de psychodynamiek van afgunst en jaloezie besproken en hoe beide gevoelens zich kunnen manifesteren. De relatie tussen jaloezie en gehechtheidsstijl wordt onderzocht en toegelicht. Binnen de therapie kunnen afgunst en jaloezie in de interactie tussen patiënt en therapeut een rol gaan spelen. Ten slotte worden vier niveaus besproken waarop deze gevoelens in de behandeling kunnen worden onderzocht.

Klik hier om verder te lezen.

Schaamte in groepstherapie

In dit artikel wordt het begrip schaamte beschreven als een zelfgerichte emotie, aan de hand van een uitgebreid literatuuroverzicht over de aspecten en facetten van schaamte. Schaamte is een krachtige, veelal negatieve zelfgerichte emotie die verbonden is met de evaluatie van het zelf of de identiteit: je bent wie je niet wilt zijn. Schaamte is niet alleen een intrapersoonlijk maar ook een interpersoonlijk proces. Uit angst voor afwijzing schamen wij ons voor onze gevoelens en voor onszelf. Omdat schaamte ontstaat in de interactie met anderen, kunnen relaties met anderen ook een belangrijke rol spelen in het leren omgaan met en verminderen van schaamte. Groepspsychotherapie biedt hiertoe veel mogelijkheden. Uiteengezet wordt, aan de hand van praktijkvignetten, hoe schaamte zich kan manifesteren in groepspsychotherapie en hoe daarmee omgegaan kan worden. Schaamte heeft de neiging zichzelf te verbergen. Om schaamte in de groep te kunnen bespreken, zullen we haar eerst moeten ontdekken. Tevens wordt aandacht besteed aan de schaamte van de psychotherapeut.

Klik hier om verder te lezen.


Beëindigen van psychotherapie

Het beëindigen van een psychotherapie betekent afscheid nemen van het proces en van de therapeut. Dit kan zowel voor de patiënt als voor de therapeut moeilijk zijn. Het afscheid kan conflicten rond se- paratie en verlies reactiveren, zeker als deze een belangrijk thema waren in de behandeling. Het afscheid maakt het mogelijk om deze conflicten verder door te werken. Het vermogen om goed afscheid te nemen helpt de patiënt toekomstige separaties aan te gaan. In dit artikel wordt het proces van afscheid nemen beschreven vanuit een psychodynamisch perspectief. Traditioneel werd lange tijd de ervaring van verlies en rouw benadrukt. Meer recente literatuur beschrijft afscheid als een overgangsfase in een doorgaande ontwikkeling, als een proces van transformatie en internalisatie. Verschillende vormen van afscheid (gepland, voortijdig of geforceerd) worden besproken. Ook de rol van de therapeut in dit proces wordt belicht.

Klik hier om verder te lezen.

Schuldgevoelens in de groep

In de open psychodynamische groep is door het vertrek van twee groepsleden plek vrij gekomen. De therapeuten melden de komst van een nieuw groepslid, een man, aan.

Een van de basisregels van de groep is dat de groepsleden elkaar niet kennen of op een of andere wijze aan elkaar gelieerd zijn, omdat zij zich in aanwezigheid van bekenden niet vrij zullen voelen om zich openlijk te uiten. Daarom wordt ter controle de naam van de kandidaat genoemd. Op dat moment gaan er geen belletjes rinkelen. Er wordt afgesproken dat hij de volgende week zal starten. Enkele dagen later krijgen de therapeuten bericht van een van de groepsleden, Petra. Zij werkt op de afdeling P en O van een groot bedrijf en heeft ontdekt dat het nieuwe groepslid bij hetzelfde bedrijf werkt. Ze kent hem niet persoonlijk, maar gezien haar functie is het zeer wel mogelijk dat ze in de toekomst met elkaar te maken krijgen. De therapeuten spreken met haar af dat dit probleem in de volgende groepszitting zal worden besproken en dat zij aan de kandidaat zullen melden dat hij (nog) niet kan starten met de groep vanwege deze situatie. Bij aanvang van de volgende groepszitting is de groep nieuwsgierig naar het nieuwe groepslid. Petra licht de situatie toe. Als hij zou gaan deelnemen aan de groep zou zij zich niet vrij voelen om alles te kunnen zeggen. De groep reageert begripvol. De therapeuten besluiten op grond van de basisregel dat de kandidaat niet aan deze groep zal kunnen deelnemen. Ze zullen het met hem bespreken en een andere groep voor hem zoeken.
De groep gaat verder. Ria vraagt aan Dineke of ze al contact heeft opgenomen met de tandarts die ze haar heeft aangeraden. Zelf is ze patiënt bij een tandarts waar ze eigenlijk niet tevreden over is. Als de groep vraagt waarom ze daar dan blijft, zegt ze het zielig voor hem te vinden als ze weg zou gaan. Ze zou zich dan schuldig voelen. Ze denkt dat ze hem dan iets zou afnemen, omdat hij dan minder inkomen zou hebben. Als de groep verder doorvraagt,wordt duidelijk dat ze bang is om de werkelijke reden aan te geven, als hij zou vragen waarom ze weggaat. Dan zou ze tegen hem moeten zeggen dat ze ontevreden is over zijn werk en dat betekent kritiek uiten, hem kwetsen. Ze is bang dat hij boos op haar zal worden. Haar oplossing is vermijden van het conflict. De groep confronteert Ria met haar gedrag. Ze voelt zich schuldig als ze voor zichzelf kiest en weggaat, omdat ze hem dan tekort doet. Maar nu doet ze zichzelf tekort. Ze is bang voor zijn boosheid, maar eigenlijk is ze zelf boos op hem. De therapeuten leggen een relatie met haar positie in het ouderlijk gezin, waarin ze het voor haar vader nooit goed kon doen en waarvan ze zich emotioneel ook nog niet heeft kunnen losmaken.
Petra vertelt dan dat ze zich schuldig voelt zowel naar het potentiële nieuwe groepslid als naar de groep. Ze heeft de overtuiging dat ze hun iets heeft afgenomen. De kandidaat ontneemt ze de deelname aan de groep en de groep onthoudt ze een nieuw groepslid. Jan reageert hierop door te zeggen dat er voor de kandidaat toch een andere groep gezocht zal worden en dat de groep er toch niets aan zou hebben als twee groepsleden zich geremd zouden voelen om te zeggen wat ze denken of voelen. De therapeuten kunnen een parallel leggen met de vorige situatie: ook Petra voelt zich schuldig als ze voor zichzelf kiest, omdat ze de overtuiging heeft dat ze daarmee een ander tekort doet of benadeelt. Petra heeft zich altijd afgewezen gevoeld door haar moeder, die haar broertje idealiseerde. Ze heeft het gevoel dat ze het nooit goed kon doen in de ogen van haar moeder en ook Petra heeft zich emotioneel nog niet los kunnen maken uit deze relatie.

Klik hier om verder te lezen.


Afscheid nemen (1)

Over het beëindigen van psychotherapie met name in een open psychodynamische groep.

Klik hier om verder te lezen.

Afscheid nemen (2)

Over het beëindigen van psychotherapie; afscheid in een kortdurende groep, voortijdig afbreken door patiënt of therapeut en afscheidsrituelen.

Klik hier om verder te lezen.




On guilt and feelings of guilt: a psychodynamic perspective

Guilt and feelings of guilt play an
important role in human development and
behavior as well as in the development of
psychopathology. In our daily lives and
therapeutic practice, we are regularly
confronted with these powerful feelings
and how they can play a causal role in
producing a variety of symptoms,
inhibitions, and maladjustments.
This article is an investigation into the
concept of guilt and results in some
therapeutic recommendations. First,
various aspects of the concepts of guilt
and shame are discussed. Next, we look at
the distinction between real guilt and
irrational guilt, how irrational feelings of
guilt can arise, and what effects they can
have on behavior.

According to Hirsch's classification, guilt is
divided into four groups: basic guilt, guilt
from vitality, separation guilt, and trauma-
related guilt. These feelings of guilt and
the associated psychopathology are
discussed and illustrated with case
histories. It concludes with the role of
feelings of guilt in the therapeutic process
and the therapist's possibilities to deal
with them.


Klik hier om verder te lezen

Rivaliteit, afgunst en jaloezie in groepstherapie

Rivaliteit is in de groep vaak zichtbaar. Afgunst en jaloezie blijven meer verborgen omdat ze met schaamte en schuldgevoel beladen zijn. Dit geldt niet alleen voor de patiënten maar ook voor de therapeut(en). Het zijn emoties waarbij bedreiging van het zelfbeeld en zelfgevoel een belangrijk aspect is. Bewustwording van gevoelens is belangrijk om ze te kunnen onderzoeken en te leren ermee om te gaan.

In dit artikel wordt aan de hand van een uitgebreid literatuuronderzoek de psychodynamiek van rivaliteit, afgunst en jaloezie beschreven vanuit meerdere referentiekaders. Resultaten uit empirisch onderzoek dat vooral binnen de sociale psychologie plaatsvindt, worden genoemd. Besproken wordt hoe in groepstherapie deze gevoelens zich kunnen manifesteren in opeenvolgende fasen – bij groepsleden, bij de therapeut en binnen co-therapie. Tenslotte wordt besproken hoe de gevoelens in de groep kunnen worden onderzocht en doorgewerkt.


Klik hier om verder te lezen.